De drie formaten en wat ze betekenen
De decimale (2,50) is het totaal dat je terugkrijgt per ingezette eenheid, jouw eigen inzet inbegrepen. De fractionele (3/2) is de nettowinst op je inzet. De Amerikaanse werkt met een teken: +150 is wat je wint met een inzet van 100, en −200 is wat je moet inzetten om 100 te winnen. Andere notatie, dezelfde informatie.
Van Amerikaans naar decimaal
Is de odd positief, deel door 100 en tel 1 op: +150 wordt 2,50. Is hij negatief, deel 100 door de absolute waarde en tel 1 op: −200 wordt 1,50. Met die twee bewerkingen kun je elke Amerikaanse lijn met een Europese vergelijken zonder van de bookmaker af te hangen.

Van fractioneel naar decimaal
Deel de teller door de noemer en tel 1 op: 3/2 wordt 2,50 en 1/4 wordt 1,25. Fractionele odds leven voort in de Britse markt en bij de rennen, en ze verwarren het meest wanneer ze in een vergelijker tussen decimale odds opduiken.
De stap die bijna niemand zet: de impliciete kans
Deel 1 door de decimale odd en je hebt de kans die de bookmaker aan de gebeurtenis toekent. Een odd van 2,50 staat voor 40 procent. Pas dan kun je jouw schatting met de prijs vergelijken: denk je dat het vaker gebeurt dan dat, dan zit er waarde in; zo niet, dan niet, hoe mooi de odd ook lijkt.
Kansen optellen om de marge te zien
Tel je de impliciete kansen van alle uitkomsten van een wedstrijd op, dan komt het totaal boven 100 uit. Dat overschot is de marge van de bookmaker. Marges vergelijken is de snelste manier om te zien wie je dezelfde inzet duurder laat betalen.
Met de hand rekenen of het laten rekenen
De bewerkingen zijn eenregelig, maar ze voor tien wedstrijden per dag herhalen heeft geen zin. We hebben publieke rekentools voor verwachte waarde en impliciete kans, en bij de voorspellingen publiceren we al de minimumodd, wat de omrekening andersom is: de prijs waaronder de inzet niets meer waard is.